Kunnen we van de (woning)nood een deugd maken?
Om het woningtekort aan te pakken, moeten er woningen bijgebouwd worden. Maar hoe doen we dat in een stad als Rotterdam, waar al zo veel gebouwen staan? Hoe breiden we wijken en buurten uit, zonder dat er allerlei fijne plekken verloren gaan? De gemeente Rotterdam heeft bijvoorbeeld plannen om 30.000 extra woningen te bouwen in de Oostflank van de stad . Toen ik dat hoorde, dacht ik: waar moeten al die woningen komen? Gaat dat niet ten koste van voorzieningen waar we blij mee zijn, zoals volkstuinen, sportvelden, speelplaatsen en parken? Daar ligt wat mij betreft een belangrijk vraagstuk: kunnen we woningen aan de stad toevoegen en tegelijkertijd de stad aantrekkelijk houden? Of zelfs aantrekkelijker maken? En zo ja, hoe doen we dat?
Dit vraagstuk is het thema van mijn zomertour. Tijdens deze tour bezoek ik buurten en projecten. Wat gaat daar goed en wat kan beter? Ook praat ik met bewoners over wat zij belangrijk vinden in hun woonomgeving. Dit doe ik in Rotterdam, maar ook in andere steden. Zo nam ik begin juni een kijkje in de wijk Oostenburg, een nieuw woongebied in het centrum van Amsterdam. Ik vond het mooi om te zien hoe nauw de bewoners daar betrokken waren bij hun wijk en elkaar. Wat ik jammer vond, was dat er weinig bomen en planten groeiden. Een groene omgeving is niet alleen prettig, maar ook hard nodig om de hitte in de stad tegen te gaan en om water op te vangen. Wat dat betreft word ik heel blij van de plannen voor het Hofplein, dat binnen enkele jaren wordt omgetoverd tot groen en levendig stadsplein. Een groene oase midden in de stad! Binnen het programma Koers op Zuid nam ik deel aan gesprekken over de toekomst van Rotterdam-Zuid. Ook in die gesprekken ging het over extra woningen bouwen, en tot hoe ver je daarin kunt gaan. De bewoners die ik sprak, begrijpen goed dat er woningen bij moeten komen. Alleen op die manier hebben hun kinderen straks ook een plek in de stad. Daarbij hadden zij goede ideeën over de inrichting van hun woonomgeving. Zij willen bijvoorbeeld geen hoge, anonieme woontorens. Voor het groen dat door nieuwbouw verdwijnt, zien zij graag één groene plek terug. Bijvoorbeeld in de vorm van een park, zoals in de Florabuurt in Capelle aan den IJssel. Daar komt een prachtig buurtparkje in het midden van het woongebied, waar het plezierig vertoeven is.
Om zulke fijne plekken voor elkaar te krijgen, moeten we samenwerken. Hoe eerder je daarmee begint, hoe beter. Zo gingen we bij de herstructurering van de Tamboerlocatie in Crooswijk al in een vroeg stadium in overleg met de gemeente en bewoners. Met elkaar pakten we de locatie als geheel beet. Niet alleen de bebouwing, maar ook de buitenruimte en – heel belangrijk – de wensen van de bewoners voor hun woning en woonomgeving. Dit zorgde voor een aantal opvallende inzichten. Bijvoorbeeld dat bewoners het belangrijk vinden dat er ruimte is om elkaar te ontmoeten. Dat kan in de flat, sommige bewoners noemden een galerijflat als voorbeeld. Maar ook dat zij in plaats van plantsoenen liever een aantal zitplekken hebben met groen, waar je gezellig een praatje kunt maken. Ik denk graag in kansen. En ik zie mooie kansen voor de stad, als we de bouw van extra woningen als geheel en met elkaar aanpakken. Dan maken we van de (woning)nood een deugd. Zo zorgen we niet alleen voor voldoende woningen voor de volgende generaties, maar ook voor fijne woonomgevingen met ruimte voor groen, ontmoeting en ontspanning.
Hedy van den Berk | bestuurder
Over de auteur
Mijn naam is Hedy van den Berk, bestuurder bij Havensteder. Ik vertel hier regelmatig over zaken die mij bezig houden. We bevinden ons in een wereld die behoorlijk in beweging is. We hebben een flinke opgave en onze partners en stakeholders verwachten veel van ons. Kortom, we staan niet stil. In deze blogs vertel ik over keuzes die we maken, dilemma’s die we tegen komen of gewoonweg iets leuks.